De verkiezingen zijn nog niet eens een week voorbij of in meerdere gemeenten lijkt de onrust alweer groter dan de inhoud. In Gorinchem loopt inmiddels een onderzoek naar mogelijke stemfraude na signalen rond volmachten. In Maasdriel ontstond ook ophef over het hoge aantal volmachtstemmen, maar burgemeester Antoine Walraven liet op 24 maart juist weten dat er op dit moment géén concrete aanwijzingen of meldingen zijn van onregelmatigheden en dat ook uit de processen-verbaal van de stembureaus niets afwijkends blijkt.
Juist daarom schuurt het enorm als er in de media al heel snel in de richting van één persoon wordt gewezen, terwijl er nog helemaal geen onderzoek ligt dat iets aantoont. Dat vind ik niet alleen onverstandig, maar ook kwalijk. Zeker van een krant (Brabants Dagblad) mag je verwachten dat die zorgvuldig formuleert, nuance aanbrengt en feiten van suggestie scheidt. Iemand publiekelijk koppelen aan verkiezingsfraude of stemronselen zonder dat daar bewezen feiten onder liggen, is nogal wat. Dan beschadig je niet alleen een naam, maar ook het vertrouwen in het politieke proces zelf.
Wat daarbij volledig onderbelicht blijft, is dat campagne voeren tegenwoordig allang niet meer alleen bestaat uit folders uitdelen en handen schudden op een markt. Een opvallende, onorthodoxe campagne kan simpelweg veel bereik hebben. Filmpjes die duizenden keren bekeken worden, landelijke aandacht in de media en een stijl die opvalt of mensen aan het lachen maakt, kunnen absoluut effect hebben op naamsbekendheid, op voorkeurstemmen en mogelijk ook op het aantal volmachten. Dat alleen is nog geen bewijs van ronselen. Opvallen is niet hetzelfde als overtreden.
