Vandaag las ik in de krant dat er vergevorderde plannen zijn om de Sint Martinuskerk aan de Kerkstraat te verbouwen tot dorpshuis. Mijn mond viel bijna open van verbazing. Natuurlijk moet er ruimte zijn om samen te komen en ik snap het sociale belang van een ontmoetingsplek, maar dit plan lijkt veel verder te gaan dan alleen “een dorpshuis”. In de kerk zouden namelijk allerlei functies samenkomen, zoals een bibliotheek, een uitvaartcentrum, een dorpshuisfunctie met bar, kantoren, vergaderruimtes, ontmoetingsruimtes en zelfs ruimtes voor gezondheid en welzijn. Op de gepubliceerde beelden ziet het er zonder twijfel fantastisch uit, maar juist daarom vraag ik me af of dit niet een typisch “over de balk” verhaal wordt.
Mijn grootste zorg is het massale karakter. Zoveel functies onder één dak schreeuwen om forse subsidies en dan blijft de vraag of zo’n enorm complex in een dorp als Kerkdriel ook echt structureel optimaal benut gaat worden. We hebben in het verleden al meerdere pogingen gezien om een dorpshuis of vergelijkbaar centrum van de grond te krijgen, vaak ook met flinke subsidiebedragen, maar het resultaat is tot nu toe niet overtuigend geweest. Je ziet bovendien in andere dorpen binnen onze gemeente hetzelfde patroon: grote multifunctionele centra blijken lastig levensvatbaar, kosten veel geld aan maatschappelijk vastgoed en voelen uiteindelijk eerder als een sportcomplex dan als een gezellige, warme huiskamer voor het dorp. En dat schuurt extra, omdat Kerkdriel veel van de genoemde functies in de basis al heeft. Het voelt dubbelop.
