
Na het lezen van het artikel over de onrust in Kerkdriel, voel ik een diepe bezorgdheid over de richting waarin onze samenleving zich ontwikkelt. Het is schokkend om te zien dat jongeren tussen de 12 en 17 jaar zich bezighouden met ernstige misdrijven zoals brandstichting, illegaal vuurwerk en zelfs het bekogelen van de brandweer met zwaar vuurwerk. Dit zijn niet zomaar jeugdzondes; dit zijn gevaarlijke acties met potentieel levensbedreigende gevolgen. Het feit dat dit in september al gebeurt—maanden voor de gebruikelijke piek rond de jaarwisseling—maakt het des te alarmerender.
Wat mij vooral opvalt, is de afwezigheid van de politie tijdens deze incidenten, met als reden “andere prioriteiten”. Naar mijn mening moet de politie er altijd zijn om de orde te waarborgen; dit is niet iets wat je kunt overlaten aan de burger. Je kunt niet verwachten dat bewoners tussenbeide komen wanneer er geweld plaatsvindt. Zoals in het artikel wordt vermeld, zijn veel bewoners simpelweg te bang om in actie te komen, en dat is volkomen begrijpelijk. Het is de taak van de politie en BOA’s om zichtbaar en toegankelijk te zijn op straat, zodat zij preventief kunnen optreden en escalatie kunnen voorkomen.
Dit lijkt echter een landelijk probleem te zijn dat men in Den Haag niet opgelost krijgt. Er wordt liever geïnvesteerd in veel te dure tanks en gevechtsvliegtuigen dan in de veiligheid en welzijn van burgers in eigen land. Het budget voor defensieapparatuur stijgt, terwijl er op essentiële publieke diensten wordt bezuinigd. Dit is een scheve prioritering die de vraag oproept of we wel de juiste keuzes maken voor de toekomst van onze samenleving. Daarnaast los je deze problematiek niet op met meer knuppels of strengere handhaving alleen.
Een harde aanpak kan op korte termijn misschien effect hebben, maar zonder aandacht voor de onderliggende oorzaken blijft het symptoombestrijding. Educatie is cruciaal. We moeten investeren in preventieve maatregelen die jongeren perspectief en kansen bieden, zodat ze niet vervallen in destructief gedrag.
Dit brengt me bij de dringende noodzaak van een cultuurverandering. Bijna alle sociaal-maatschappelijke instanties worden fors bezuinigd of duurder gemaakt. Ik zag vandaag nog een filmpje waarin werd vermeld dat er in 2007 nog 245 gesubsidieerde muziekscholen waren, en nu nog maar 12. Dit is slechts één van de vele voorbeelden die laten zien hoe we essentiële voorzieningen voor de ontwikkeling van onze jeugd aan het afbreken zijn. Muziekscholen, sportclubs, buurthuizen—het zijn plekken waar jongeren kunnen ontdekken waar hun talenten liggen, waar ze sociale vaardigheden leren en waar ze een gevoel van gemeenschap ontwikkelen.
Door te bezuinigen op deze instellingen creëren we een vacuüm. Jongeren hebben geen plekken meer waar ze zich kunnen ontwikkelen en worden aan hun lot overgelaten. Dit leidt tot verveling, frustratie en uiteindelijk mogelijk tot het soort gedrag dat we nu in Kerkdriel zien. Het is essentieel dat kinderen en jongeren worden getriggerd ambitieus te zijn en leren samenwerken. Als we blijven bezuinigen op deze pijlers van de samenleving, is het hek van de dam en blijven we investeren in de verkeerde oplossingen.
Ook merk ik dat we de schuld vaak verschuiven naar de bewoners en ouders, en dat gaat in mijn ogen te ver. Natuurlijk spelen opvoeding en ouderlijke betrokkenheid een belangrijke rol, maar we moeten ook erkennen dat ouders vaak zelf worstelen binnen een systeem dat hen weinig ondersteuning biedt. Het respect in de maatschappij is vervreemd. Zowel jeugd als ouderen lijken te denken dat ze alles maar kunnen zeggen en doen, zonder rekening te houden met de gevolgen voor anderen.
Vooral de ouderen zouden het goede voorbeeld moeten geven, maar daar gaat het tegenwoordig verschrikkelijk mis. Denk aan het toenemende individualisme, het gebrek aan gemeenschapszin en het gemak waarmee men online of in het openbaar respectloos gedrag vertoont. Als volwassenen deze normen uitdragen, kunnen we moeilijk verwachten dat jongeren zich anders gedragen. Het is belangrijk dat we als samenleving weer naar elkaar omkijken, dat we betrokkenheid en respect tonen, ongeacht leeftijd, achtergrond of positie.
De situatie in Kerkdriel is een symptoom van een dieper liggend probleem. Het is een wake-up call die ons dwingt na te denken over de waarden die we als maatschappij willen uitdragen en de toekomst die we voor onze jongeren willen creëren. Als we echt verandering willen, moeten we bereid zijn om te investeren in onze jeugd en in de sociale voorzieningen die hun ontwikkeling ondersteunen. Dit betekent dat we prioriteit moeten geven aan onderwijs, cultuur en gemeenschapsprojecten. We moeten zorgen voor toegankelijke muziekscholen, sportverenigingen en jeugdcentra. Instellingen die jongeren niet alleen bezighouden, maar hen ook belangrijke levensvaardigheden bijbrengen. We moeten ook investeren in mentorschapsprogramma’s en maatschappelijke stages, zodat jongeren positieve rolmodellen hebben en de waarde van bijdragen aan de gemeenschap leren kennen.
Daarnaast moet er meer aandacht komen voor mentale gezondheid en welzijn. Veel jongeren worstelen met stress, angst en depressie, zeker in deze turbulente tijden. Door vroegtijdige ondersteuning te bieden, kunnen we voorkomen dat deze problemen escaleren en zich uiten in destructief gedrag.
Tot slot moeten we als samenleving weer het gesprek aangaan over respect, verantwoordelijkheid en gemeenschapszin. Dit zijn geen ouderwetse begrippen, maar fundamentele bouwstenen voor een gezonde en veerkrachtige maatschappij. Laten we beginnen met het goede voorbeeld te geven, zowel in woord als in daad. Laten we luisteren naar de jongeren, hun zorgen en ideeën serieus nemen, en samen werken aan oplossingen.
De uitdaging waar we voor staan is groot, maar niet onoverkomelijk. Het vergt moed, visie en de wil om samen te werken aan een betere toekomst. Laten we de gebeurtenissen in Kerkdriel niet zien als een geïsoleerd incident, maar als een kans om het roer om te gooien en koers te zetten naar een samenleving waarin iedereen zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelt.